Een CO2-belasting of een CO2-investering. Hoe lossen we het klimaatprobleem op?

Overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijven in Nederland onderhandelen momenteel over de invulling van het nationale klimaatakkoord. Wat kan Nederland doen om de opwarming van de aarde terug te dringen? Een veel besproken en bediscussieerde maatregel hierin is de invoering van de CO2-belasting. Inderdaad, weer een belasting. Is dat dan echt de enige manier? Succesvol ondernemer Richard Branson denkt van niet. Hij ziet liever dat er een CO2-investering komt om het klimaatprobleem op te lossen.

De CO2-belasting houdt in dat bedrijven gaan betalen per eenheid CO2 die ze uitstoten. Deze maatregel moet ertoe leiden dat de CO2-uitstoot in 2030 met 49% is gedaald ten opzichte van de uitstoot in 1990. De gedachtegang van deze maatregel is dat ‘de vervuiler betaalt’, waarover we al eerder schreven. Maar dan? Er is vervuild, er wordt ‘gestraft’ en er ontstaan inkomsten voor overheden, maar lossen we hiermee het probleem op? En welke impact heeft de maatregel op onze economie en op de samenleving?

De CO2-belasting dringt de uitstoot terug

Voorstanders van het belasten van de CO2 -uitstoot zijn onder andere de politieke partijen GroenLinks en de PvdA en milieuorganisaties. Een belangrijk argument dat deze partijen aandragen voor het invoeren van de CO2-belasting is dat het bedrijven prikkelt om hun CO2-uitstoot te verminderen en in verduurzaming te investeren. Want hoe hoger de uitstoot van CO2 des te meer belasting er wordt geheven. De inkomsten die de belasting oplevert voor de staat zijn bruikbaar voor investeringen in de transitie naar duurzame energie of om de huishoudens te compenseren voor de toenemende energiekosten.

De heffing wordt doorberekend aan de consument

Het zijn met name de bedrijven die negatief reageren op de plannen voor de invoering van een CO2-belasting. Men vreest dat door de CO2-belasting de internationale concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven verslechtert door de toenemende kostprijs of dat bedrijven Nederland hierdoor zelfs zullen verlaten. Een andere vrees die wordt uitgesproken is dat de kwetsbare groepen in de samenleving het meeste onder deze maatregel gaan lijden, doordat bedrijven de belastingen doorberekenen in de verkoopprijs. Dit zou betekenen dat niet de vervuiler, maar de consument de prijs voor het oplossen van het klimaatprobleem gaat betalen. Op deze manier gaat de CO2-belasting aan zijn doel voorbij en draagt het volgens tegenstanders niet bij aan het behalen van de klimaatdoelstellingen.

De CO2-belasting is niet de enige optie

Het is duidelijk dat het meest schaarse goed in de energietransitie geld is. Geld om te investeren in de ontwikkeling van duurzame energie. Om aan dit geld te komen zijn investeerders nodig. Met de invoering van een CO2-belasting komt deze investeerdersrol bij de overheid te liggen. Het kapitaal dat in de vorm van belastingen uit de markt is gehaald, moet zij investeren in initiatieven om de energietransitie te versnellen en de CO2-uitstoot terug te dringen. Maar goed, de overheid als belangrijkste investeerder? Dat roept vraagtekens op. Er is dan ook een beter alternatief.

Om de energietransitie daadwerkelijk te versnellen en de klimaatdoelstellingen te behalen, moeten we het plan van de CO2-belasting loslaten en dit vervangen door een CO2-investering. Ondernemer Richard Branson heeft dit al helemaal uitgedacht. Zijn voorstel is om een ‘schone-energiedividend’ in te voeren. Het idee is simpel; bedrijven worden verplicht een investering te doen in hernieuwbare energie, waarbij de mate van CO2-uitstoot de hoogte van het te investeren bedrag bepaalt. Hoe meer een bedrijf uitstoot, des te groter de investering die ze moeten doen in hernieuwbare energie.

Wat zijn de voordelen van dit schone-energiedividend?

Aan dit systeem zitten mooie voordelen. Bedrijven worden niet op kosten gejaagd door marktverstorende regelgeving. In plaats daarvan investeren ze op basis van hun jaarlijkse CO2-uitstoot rechtstreeks in innovatieve energieprojecten in de markt. Met de investeringen die ze doen krijgen deze bedrijven aandelen in de energieprojecten. De investering biedt hierdoor een potentieel rendement naarmate het energieproject volgroeit. Voor dit systeem is onder bedrijven dan ook een veel breder draagvlak te verkrijgen volgens Branson, doordat de investering terugverdiend kan worden. Een investering is hierdoor veel aantrekkelijker dan de kostenverhoging die de CO2-belasting met zich meebrengt.

Een ander voordeel is dat met het schone-energiedividend het bedrag dat we jaarlijks in hernieuwbare energie investeren, verdubbelt. Hiermee zorgt dit systeem voor een versnelling van innovaties in de schone-energie en kunnen de doelen die in het klimaatakkoord zijn geformuleerd sneller behaald worden. De nieuwe investeringen zorgen daarnaast voor miljoenen nieuwe banen en daarmee weer meer belastinginkomsten voor overheden. Het draagvlak bij consumenten en overheden zal daarom eveneens breed zijn. Een ‘win-winoplossing’ voor de samenleving en onze planeet, aldus Richard Branson.

Een unieke kans voor Nederland

Terwijl in Nederland inmiddels eerder de vraag is op welke manier de CO2-belasting vorm gaat krijgen, ziet ondernemer Richard Branson de CO2-belasting liever helemaal niet zijn intrede doen. De CO2-belasting is te negatief geladen, volgens hem. Het is een ten eerste belasting en dit is bij bedrijven per definitie niet populair. Daarbij komen de belastingen terecht bij de overheden. Branson betwijfelt of de inkomsten daadwerkelijk gebruikt worden voor investeringen in hernieuwbare energie; ‘vaak wordt dit slechts gebruikt om gaten in de overheidsbegroting op te vullen’, aldus de succesvolle ondernemer.

Met het idee van Branson heeft de Nederlandse overheid de kans om een ondernemersklimaat te scheppen waarin winstgevende en innovatieve bedrijven kunnen ontstaan. Een kans waarmee de overheid niet alleen een sterk antwoord op het klimaatprobleem biedt, maar zichzelf ook verzekert van jarenlange inkomsten in de vorm van inkomsten- en omzetbelastingen. Al deze voordelen zijn al reden genoeg om het schone-energiedividend zo snel mogelijk in te voeren. Om over het aantrekkelijke vestigingsklimaat voor bedrijven en het ontwikkelen van een positief imago nog maar te zwijgen.

Thomas Duurkens